Week van de Mentale Gezondheid: ‘Het redderssyndroom’ 🛟
Voorbije week was het naast de Alzheimer/Dementia Awareness Week ook de Week van de Mentale Gezondheid. Er is de voorbije tijd al zoveel gedebatteerd over dementie, levensmoeheid en euthanasie. Bij deze, een schrijven voor jullie, onze onmisbare hulpverleners in de zorg. Een oproep tot zelfzorg.
 
Tijdens de eerste les over palliatieve- en levenseindezorg bespreek ik het redderssyndroom, ook bekend als het Florence Nightingale- of Moeder Theresa-syndroom. Waarom ik dit onderwerp integreer in mijn lessen? Omdat we ons als hulpverlener te weinig bewust zijn van patronen die vaak ten koste gaan van onze eigen mentale gezondheid. We zijn een groep bijzondere mensen die bijna altijd klaar staan voor anderen, met als doel het nobel en onzelfzuchtig willen helpen oplossen van hun problemen. Wat velen niet weten, dat is dat dit gedrag een copingmechanisme is. Een niet zo’n gezonde manier om onze medemens te helpen, maar eerder een actie gesteld vanuit een gebrek aan zelfliefde en zelfvertrouwen. Ik vroeg aan de hulpverleners in mijn les om anoniem op een papiertje neer te schrijven of ze zich al dan niet herkennen in deze rol van redder. De meerderheid van de groep gaf toe zich te herkennen in de rol van redder, een klein aantal schreven dat ze zich bewust zijn geworden van hun rol als redder en het over een andere boeg hebben gegooid. De minderheid van de groep gaf moedig toe nog nooit bij dit onderwerp te hebben stil gestaan.
 
Over redders in hulpverlenende beroepen verscheen een boek van oud-verpleegkundige Paula Lampe: ‘Het Moeder Theresa-syndroom, het persoonlijke motief in de hulpverlening.’ Lampe (1943) werkte dertig jaar als verpleegkundige in onder andere Nederland, Israël en Canada. In dit boek beschreef ze het verhaal van ziekenverzorger Martha U. die in 1996 werd veroordeeld voor de moord op vier bejaarden met dementie. Haar boodschap: ‘Pas op voor ‘hunkerende hulpverleners’, mensen die zelfs in hun vrije tijd op het werk rondlopen en zichzelf verlossers wanen. Pijnlijk confronterend want ook ik herkende mezelf als hulpverlener in deze uitspraak en dat geef ik ook openlijk toe tijdens mijn lessen. Sinds die bewustwording, nu enkele jaren geleden, ben ik aan de slag gegaan met het stellen van heel wat grenzen die mezelf op professioneel en mentaal vlak alleen maar ten goede komen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat empathie en hulpgedrag vaak zit ingebakken in onze genen. De spiegelneuronen in onze hersenen regelen dat we voelen wat een ander voelt.
 
Sta even stil bij je gedrag als hulpverlener. Als je alleen nog maar de rol van zorger speelt en je eigen behoeften uit het oog verliest, dan is de nood om te helpen een verslaving geworden: ‘A disease to please’. Dit gedrag vindt zijn oorsprong in een negatief of beschadigd zelfbeeld dat vaak in onze jeugd is ontstaan. De relatie die we met onze ouders hebben, creëert immers een blauwdruk voor de relaties die we in ons latere leven aangaan. Ontwikkelingspsychologie toont aan dat wanneer een kind leert dat hij/zij liefde en waardering kan oogsten door te zorgen voor de ouder, dit vaak resulteert in dwangmatig zorgen. Onbewust proberen we dus ons beschadigd zelfbeeld te repareren door anderen te gaan helpen met als doel bewondering, bevestiging of liefde terug te krijgen. Ook in onze liefdes- en vriendschapsrelaties lijken we keer op keer vrienden en partners uit te zoeken die behoeftig en kwetsbaar zijn, zodat we toch maar onze glansrol als redder kunnen vervullen. Uiteindelijk komen we van een uitputtende en kale reis thuis, want dergelijke relaties vreten energie, brengen ons uit balans en zijn op lange termijn onbevredigend.
 
💡Herken je jezelf in het profiel van de redder? Tijd om jezelf te gaan redden van de nood om anderen te gaan redden. Ik geef graag enkele handvaten mee die ik zelf de voorbije jaren ter harte heb genomen:
 
  • Denk na over wat JIJ nodig hebt en waar JIJ naar op zoek bent.
  • Bevraag de hulpvrager alvorens je start met helpen. Waar heeft deze persoon behoefte aan? Hou rekening met wat de hulpvrager nodig heeft en niet jij. Ga jouw behoeftes niet projecteren op de mensen die jij wil helpen. Wat voor jou werkt, werkt daarom niet voor een ander.
  • Wil je echt iemand helpen? Leer die persoon om zichzelf te helpen. Door de problemen van anderen steeds te willen oplossen, ontneem je hen de vaardigheden en de ontwikkeling die ze nodig hebben om te groeien.
  • Maak een lijst van dingen die je kan doen om aan jouw persoonlijke groei te werken.
  • Hoe het zou zijn voor jou als andere mensen minder afhankelijk van je waren? Hoe voel je je daarbij?
  • Besef dat afhankelijkheid niet per se betekent dat je een goede relatie hebt met de ander.
Heel veel liefs,
 
Bronnen: ‘Manfred Kets de Vries, Leadership coaching and the rescuer syndrome: how to manage both sides of the couch, en Mary C. Lamia en Marilyn J. Krieger, The white knight syndrome: rescuing yourself from the need to rescue others.’