Herman Koch over de rekbaarheid van het begrip doodgaan
Mijn eerste boek dat ik las van Herman Koch – schrijver, radio- en televisiemaker – was ‘Het diner’. Vandaag las ik dat Koch al geruime tijd ziek is: uitgezaaide prostaatkanker is zijn diagnose. Ik citeer twee paragrafen uit het interview van hem met De Standaard:
 
“Van het eerste gesprek in het ziekenhuis kan ik me niets meer herinneren, ook al heb ik écht geprobeerd om dat te reconstrueren. De schok als de dood zich aandient in drie simpele woorden als ‘het zit overal’ … Het voelt alsof je er binnenkort niet meer bent. Maar gaandeweg blijkt ‘ongeneeslijk ziek’ voor iedereen iets anders te betekenen, net omdat het verloop zo persoonlijk is.”
 
“Dodelijk ziek worden plaatst je in het centrum van de aandacht”, zegt Herman Koch boven een biertje. “Hoewel mijn arts me onomwonden zei dat de belangstelling van de gemiddelde omgeving amper vijf maanden aanhoudt. Daarna is iedereen wel zo’n beetje op jou en je kanker uitgekeken. Ik had geluk en hoefde niet eens zo lang te wachten: na een maand leek het alsof iedereen me voorbij holde terwijl ik bleef staan, want daar kwam de covidtsunami aan.” En zo bleef Kochs kanker al die jaren een relatief goedbewaard geheim.”
 
In mijn boek ‘Omdat we allemaal doodgaan’ heb ik het in hoofdstuk vier over het ‘omgaan in waarheid’. Ik benadruk in dit hoofdstuk dat de arts de eindverantwoordelijke is en blijft tot bij het levenseinde. Daarnaast leg ik de nadruk op het belang van een ‘goed’ slechtnieuwsgesprek. Een leidraad neemt je mee in hoe je als arts zo’n gesprek kan voeren en ook prof. Wim Distelmans geeft enkele tips mee.
 
Een diagnose meedelen aan een patiënt is één ding. Nadien dit gesprek opvolgen in een 2de gesprek om te luisteren of de patiënt de gebrachte informatie goed begrepen heeft? Dat laatste gebeurt tot mijn grote spijt nog veel te weinig. Verpleegkundigen van een palliatief team kunnen hierbij ondersteuning bieden en fungeren als tussenpersoon tussen arts en patiënt/naasten.
 
Bij het brengen van een diagnose slagen artsen er vaak niet in om de boodschap in verstaanbare taal aan de patiënt en zijn naasten over te brengen. Vaak is de informatie die de patiënt krijgt niet to the point en helaas ook vaak vergezeld van weinig empathie. Is het niet begrijpen van de boodschap door de patiënt dan alleen de fout van de arts? Neen, zeer zeker niet, ook al moet er mijn inziens nog veel meer ingezet worden hierop in de opleiding van artsen.
 
Hoe komt het dan dat de patiënt zich vaak niet meer kan herinneren wat er precies gezegd is? Als mensen reageren we op prikkels en deze kan je indelen in vier gradaties:
 
Niveau 1: We zijn rustig, we zijn in staat ’te voelen’.
Niveau 2: Er heerst chaos en spanning maar we zijn nog steeds in staat op terug te keren in een relaxmodus.
Niveau 3: Er is een overload aan prikkels die we niet meer kunnen bolwerken en we gaan als het ware in een freeze-houding. Hier kan de patiënt het slechte nieuws op dat moment niet meer volledig vatten.
Niveau 4: Hier bevinden zich heel wat mensen in onze maatschappij en dit zonder zich er bewust van te zijn. Het zijn zij die leven aan 200 km/u en die ‘geen tijd’ hebben om stil te staan. Men is op de vlucht en men is aan het overleven in plaats van bewust te leven. Deze mensen gaan in ‘autopilootmodus’ en hebben amper nog voeling of verbinding met de realiteit. Het zijn mensen die vaak hun ‘heil’ gaan zoeken in overmatig sporten, racen met hun wagen en/of alcohol en/of andere verdovende middelen gebruiken om de pijn die ze innerlijk ervaren trachten te verzachten.