Het belang van communicatie in de zorg
In mijn praktijk ontmoet ik nabestaanden die worstelen met onverwerkte rouw. Ik heb het niet over één jaar na overlijden van een dierbare. Ik spreek over drie, zes of meerdere jaren na de feiten. Ergens zit een energie vast waardoor mensen niet verder kunnen rouwen. Er is iets vastgelopen in hun rouwproces. Het is mijn taak als rouw – en verlies consulent om te gaan uitzoeken waar in de tijdslijn dat precies gebeurde. Wat vele hulpverleners onder ons niet beseffen, dat is dat we als zorger aan bed, een belangrijke rol spelen in dat rouwproces van de nabestaanden. Ja, zelfs wanneer de patiënt nog in leven is.
 
Dertien jaar geleden verloor een man zijn moeder. Hij komt bij me langs omdat de rouw over haar dood nog steeds een diepe impact heeft op zijn totale zijn. Haar overlijden heeft jaren later nog altijd een impact op hoe hij zich mentaal, fysiek voelt en hoe hij vandaag als volwassen man door het leven gaat. Ik luister naar zijn verhaal en snel wordt me alweer duidelijk hoe belangrijk die rol van de hulpverlener is. Hoe kostbaar en onmisbaar, duidelijke en verstaanbare informatie is tijdens dat stervensproces. Niet alleen voor de patiënt maar ook voor de naasten.
 
We gaan 10 jaar terug in de tijd. Moeder – die op dat moment terminaal is door een uitgezaaide borstkanker waar ze al jarenlang tegen gevochten heeft – wordt via de spoedopname opgenomen met symptomen van oncontroleerbare pijn, vocht in de buik en uitdroging. Vanaf dan zijn de artsen duidelijk: moeder zal binnen afzienbare tijd komen te sterven. Wanneer? Dat kan niemand zeggen. Moeder verkiest om in het ziekenhuis te blijven omdat ze thuis niemand tot last wil zijn. Zoals bij vele patiënten en misschien ook wel herkenbaar voor jullie zorgers, is er de klassieke ‘opflakkering’: de familie is aanwezig en plots zit moeder rechtop in bed, heeft ze geen pijn, praat ze honderduit en is ze van de lekkere hapjes, die de familie met zorg voor haar bereidde, aan het smullen. Met een gerust hart verlaat de familie die avond de verpleegafdeling.
 
’s Ochtends komt de zoon de kamer van moeder binnen. Moeder is verzonken in een diepe slaap en vertoont geen reactie meer. De zoon schrikt en zoekt de hele afdeling rond naar iemand die hem informatie kan geven. Wanneer hij een hulpverlener treft, wordt hem meegedeeld dat moeder die nacht zeer onrustig is geworden en men hiervoor een palliatieve sedatie heeft opgestart. De oncologen die haar jarenlang behandeld hebben ziet de zoon rondwandelen op de gang. Sinds ze stervende is verschijnt geen enkele arts meer op de kamer. Niemand, geen arts noch verpleegkundige, vond het die nacht nodig om te communiceren met de familie. In mijn ogen is terminale onrust een urgentie in de palliatieve zorg en dacht ik dat we in geval van urgenties toch familie en naasten ging contacteren?
 
Uitwisseling. Het nog iets kunnen delen, iets kunnen zeggen tegen een dierbare. Het is van onschatbare waarde voor het rouwproces dat nadien volgt. Ik merk dat bij vele cliënten het daar vastloopt. Er is geen uitwisseling geweest. Oorzaken? Een plotse hartstilstand, een verkeersongeval, een zelfdoding,… Maar lieve hulpverleners, wanneer er toch nog de minste kans is dat de naasten hun geliefde bij bewustzijn kunnen zien, ontneem hen dan alsjeblieft niet dat moment. Lieve dokters, stap de kamer van jullie patiënten binnen. Ja, ook al zijn ze stervende en zijn jullie volgens eigen zeggen ‘van weinig meerwaarde meer’. Geloof me, dat zijn jullie zeker wel.
 
Meer lezen?